Hooglanderveens Volkslied zes coupletten

vrijdag 30 oktober 2020 15.47 uur | laatst gewijzigd: zaterdag 31 oktober 2020 11.08 uur | auteur: Geurt Hilhorst

Na.v. een opmerking dat het Hooglanderveens Volkslied nergens op internet staat heeft de Media Hub een oproep gedaan. Er zijn zes coupletten gevonden. De eerste twee worden het meest gezongen. Het tweede couplet lijkt van recente datum te zijn en wordt meestal als slotcouplet gebruikt om nog eenmaal het refrein te zingen. De laatste vier coupletten zijn tamelijk onbekend en slaan op de situatie toen de tekst werd geschreven door wijlen Herman Mossink t.g.v. de terugkeer in de 50er jaren van de zo'n 20 Veense jongens uit de oorlog in Indië. De muziek schijnt ook origineel te zijn en de melodie, die door o.a. Bertus Mossink loepzuiver uit het hoofd werd gezongen en gespeeld, is heden ten dage gearrangeerd door o.a. Muziekvereniging Animato.

HOOGLANDERVEENS VOLKSLIED
Ergens midden in het centrum
van het kleine Nederland
ligt een dorpje verscholen
tussen gras- en akkerland.
Een paar straten en wat sloten
en wat bomen hier en daar.
een aardig kerkje in het midden
en wat huizen door elkaar.
REFREIN:
Hooglanderveen
dat is het dorpje waar ik ben geboren.
Hooglanderveen, wel
daar willen we helemaal geen kwaad van horen.
Hooglanderveen,
daar gaan altijd je gedachten heen.
Ook al ben je ver van huis, denk je altijd weer
aan thuis in Hooglanderveen.

 

Ja ons dorpje werd een dorp
maar gelukkig nog geen stad.
En de sfeer van vroeger dagen
bewaren we als een grote schat.
Te mogen leven in zo’n dorp
is een vreugd voor groot en klein.
Laat dat horen beste mensen
en zing nog eenmaal dit refrein:
Refrein.

 

Van de mensen die er wonen zijn er velen groot en klein
Die elkander graag bevitten, want dat vinden ze zo fijn.
Maar komt er een buitenstaander, die die mensen ook bevit
Dan krijgt hij er wat van te horen, want dan zingen ze allemaal dit.
Refrein

 

Voor de oorlog trokken velen uit de stad hun neusje op,
Ze zeiden in zo’n gat te wonen wel dat lijkt me toch een strop.
Maar er kwamen andere tijden, ons dorpje werd een toevluchtsoord
en men heeft er in die dagen vaak dit Jubellied gehoord.
Refrein

 

Als je achttien bent geworden, roept het vaderland je op
Krijg je kistjes aan je benen en een veldmuts op je kop
Alle dagen maar marcheren zwaarbepakt da’s niet zo fijn
 Maar ondanks die narigheden, zing je toch maar dit refrein.
Refrein

 

 

Al de straten en de wegen kregen namen zo U weet
En je kunt nu prima lezen hoe een weg of steegje heet
En wat een steeg was werd een weg, maar wat een weg was bleef een steeg
En we kregen zelfs ook lanen maar die zijn helaas wat leeg.
Refrein.